Vervoer en energie
1. Achtergrond
In januari 2007 onthulde de Europese Commissie een ongekende reeks energie-initiatieven waarbij ze de 27 lidstaten van de EU aanmoedigde om deze aan te nemen. De Commissie stelde het doel om 30% van de broeikasgasuitstoot in ontwikkelde landen terug te brengen tegen het jaar 2020, met een minimum van 20% vermindering binnen de EU zelf voor dezelfde datum. In een oproep voor een “postindustriële revolutie” zei Commissie President Jose Manuel Barroso het volgende: “Het energiebeleid was een kerngebied bij het begin van het Europese project. We moeten het nu terugbrengen naar het kerngebied. De uitdagingen van klimaatveranderingen, toenemende afhankelijkheid van import en hogere energieprijzen worden door alle EU-lidstaten onder ogen gezien.”
De Lentetop in Brussel van 2007 van de EU-staatshoofden en -regeringen ging met sommige juridisch bindende doelstellingen akkoord, met inbegrip van een minimum reductie van broeikasgasemissies van 20% en het verkrijgen van 20% van de energie uit vernieuwbare bronnen. Met de EU die reeds worstelt om de doelstellingen onder het Kyoto protocol te halen, zullen er grote uitdagingen zijn om die gebieden te bereiken die verwant zijn met een effect op het milieu, inclusief vervoer en energie.
Vervoer en energie delen, samen met communicatie, het kenmerk van grote, op netwerk gebaseerde, industrieën. De wereldeconomie en de komst van een verenigd Europa vergen allebei een grotere netwerkintegratie. Voorheen waren transport- en energienetwerken georganiseerd volgens nationaal beleid wat inhield dat er vele verbindingen tussen landen niet aanwezig waren of niet voldoende capaciteit bezaten om aan de Europese netwerkeisen te voldoen. Om dit te verhelpen omvatte het Verdrag van Maastricht bepalingen voor het bouwen van “Trans-Europese Netwerken” (TEN’s), voor energie, vervoer en telecommunicatie. TEN’s worden gefinancierd door de Europese Gemeenschap en door de Europese Investeringsbank en ook door Structuurfondsen en Cohesiefondsen die respectievelijk worden toegewezen voor de ontwikkeling van armere Europese gebieden en voor de integratie van Europese netwerken.
Hoewel er al sinds lang Europese wetgeving en financiering is voor zowel vervoer als energie, werd de verwezenlijking van een uitvoerig “Europees Energiebeleid” pas goedgekeurd in oktober 2005 tijdens de Raad van de EU in Londen. In maart 2006 publiceerde de Commissie een Groenboek getiteld A European Strategy for Sustainable, Competitive and Secure Energy. Dit werd gevolgd door een reeks voorstellen van de Europese Commissie getiteld Energy for a Changing World, die samenvielen met de toespraak van Barroso in januari 2007 en die door zowel de Europese Raad als het Europees Parlement moeten worden goedgekeurd om als wet aangenomen te worden. De Lentetop was een belangrijke stap naar de realisatie hiervan.
Terwijl de targets zich voornamelijk richten op de energiesector, zijn er ook ontwikkelingen van intergraal naar stedelijk, en het vervoer van goederen en personen, inclusief de voorraden van geďmporteerde fossiele brandstoffen. In begin 2007 lanceerde de Commissie een Groenboek over Urban Transport, dat alle manieren van stedelijk vervoer zal onderzoeken om te bepalen hoe de EU kan assisteren in de ontwikkeling van stedelijk vervoer in combinatie met het algemeen Europees vervoersbeleid.
Zekerheid en veiligheid
De aanvallen op 11 September 2001, en die in Madrid en Londen, hebben laten zien hoe kwetsbaar vervoersdiensten zijn voor terroristen, en ze hebben dus de noodzaak voor het beveiligen van de vervoersinfrastructuur bekrachtigd. De energie-infrastructuur geeft eveneens blijk van een belangrijke target, met potentiële vernietigende effecten. Sinds 2001 heeft de EU snel een veiligheidsbeleid binnen de EU ontwikkeld. Algemene normen voor vliegveldbeveiliging zijn vastgesteld en de Commissie voert nu zelf inspecties uit in Europa, aanvullend op het testen van de beveiligingsvoorzieningen van vliegvelden door nationale inspecteurs. De vaartuiginspecties in havens die ontwikkeld waren om te verzekeren dat onveilige schepen de Europese wateren in gevaar zouden brengen, richten zich nu ook op mogelijk gevaarlijke cargo’s. De Commissie werkt momenteel aan het aanmoedigen van een veiligheidssamenwerking voor energie- en vervoersnetwerken voor de hele EU.
De EU heeft drie agentschappen opgericht voor maritieme, luchtvaart- en spoorwegbeveiliging, en heeft een akkoord bereikt over algemene veiligheidsnormen in een groot verspreidingsgebied. Deze agentschappen zijn verantwoordelijk voor het invoeren van de veiligheidsregels in Europa en voor het assisteren van de Commissie in het ontwikkelen van efficiëntere en effectievere veiligheidsnormen.